Ziektekundige iNformatie
|
hond parasitaire aandoeningen |
vossenlintworm:
(Echinococcus multilocularis)
Dit is een kleine lintworm (volwassen stadia zijn 4-6mm groot) die voorkomt in de dunne darm van de vos; incidenteel kan ook de hond of de kat drager zijn. Ze scheiden de eitjes uit via de ontlasting. Kleine knaagdieren zijn de tussengastheer, ook de mens kan zich incidenteel met de eitjes besmetten. Uit deze eitjes ontwikkelt zich een blaaswormstadium, welke in inwendige organen en met name de lever kunnen uitgroeien. Deze blazen blijven gestaag doorgroeien waardoor zich hele ernstige situaties kunnen voordoen.
Deze lintworm komt al lange tijd voor in Centraal-Europa, maar het gebied van voorkomen lijkt zich uit te breiden. Hij komt voor in Zwitserland, Oostenrijk, België, Nederland, Luxemburg, Duitsland (vooral in het zuiden, hier is tot wel 37% van de vossen besmet), Oost-Frankrijk en Oost-Europa. In Nederland wordt de lintworm gevonden in de grensprovincies. In Oost-Groningen werd hij bij 9% van de vossen aangetoond en in Zuid-Limburg bij 12%. Dit zijn nog niet zulke hoge getallen als in de andere landen maar het lijkt geleidelijk toe te nemen. De vossenlintworm komt ook voor in Turkije, Iran, Noord-Azië en Noord-Amerika.
In Nederland is het gelukkig nog een zeldzaam voorkomende aandoening (er is 1 import-geval vanuit Zwitserland beschreven). Wel wordt het gezien als een zeer ernstige ziekte bij de mens. De ziekte lijkt in gedrag sterk op leverkanker en wordt hier dan ook vaak mee verward.
De blaaswormen (het larvale stadium) ontwikkelen zich meestal in de lever en kunnen zich daarvandaan ook naar andere organen verspreiden.
|
|
|
|
Figuur 1: Blaas in lever (Bron: Dhr. P.Overgaauw) |
Figuur 2: Blaas na chirurgisch verwijderen. (Bron: Dhr. P.Overgaauw) |
In het eindstadium van de ziekte is een groot deel van de lever vervangen door blaaswormen. Een aangetaste lever lijkt door alle blaasjes een beetje op longweefsel vandaar ook wel de naam Alveolaire Echinococcose (AE).
De verschijnselen bij mensen kunnen jaren (10-15 jaar na inname) op zich laten wachten en zijn weinig specifiek. Ze kunnen bestaan uit buikpijn, kortademigheid en/of geelzucht. Wanneer de klachten zich voordoen is radicale chirurgie vaak al niet meer mogelijk door ingroei in omliggende weefsels en bloedvaten. In geval van besmetting bestaat er een mortaliteit van 70%.
Hoe zou u zich kunnen besmetten:
Consumptie van wilde bosvruchten, paddestoelen en valfruit (door wind of regen kunnen ook hoger hangende vruchten besmet worden).
Opname van eitjes via gronddeeltjes (na tuinieren).
Contact met vacht of ontlasting van vossen.
Contact met jachthonden die met de lintworm/lintwormeitjes besmet zijn.
Voorzorgsmaatregelen:
Eetbare waren uit het bos altijd grondig wassen en zo mogelijk koken voor consumptie.
Na het werken met de handen in de grond altijd de handen goed wassen.
Dode vossen altijd met handschoenen vastpakken en handen grondig wassen. De vos in een plastic zak vervoeren.
Jachthonden na elke jacht afdouchen en 1x per vier weken ontwormen.
Met welke producten de honden te ontwormen zijn, kunt u het beste overleggen met uw dierenarts. Zeker niet elk product is even goed.
terug naar ziektekundige informatie - hond
