De Hond

 

entingen Ontwormen castratie/sterilisatie

 

 

Vaccinatie:

 

Een relatief eenvoudige manier om ernstige ziekten te voorkomen is het vaccineren.

 

Er kan tegen veel aandoeningen gevaccineerd worden, zoals:

1.        Hondeziekte

2.        Hepatitis (leverziekte)

3.        Parainfluenza (een griepvirus)

4.        Parvo (een maagdarm-virus)

5.        Ziekte van Weil (leptospirose)

6.        Bordetella (kennelhoest)

7.        Rabies (hondsdolheid)

8.        Canine herpesvirus

 

Wanneer we nu al deze aandoeningen zouden beschrijven zou de tekst erg lang worden. Mocht u iets meer willen weten omtrent deze aandoeningen dan kunt u terecht bij het kopje ziekte kundige informatie elders op deze internetsite. In de loop van de tijd zullen we proberen van al deze aandoeningen een beschrijving te geven.

 

Het standaard vaccinatie schema bij ons is als volgt:

 

Leeftijd

Vaccinatie

 6 weken leeftijd

parvo en hondenziekte

 9 weken leeftijd

parvo en weil (de ‘kleine cocktail’)

12 weken leeftijd

parvo/weil/hondenziekte/hepatitis/parainfluenza,

afgekort ook wel de ‘grote cocktail’ genoemd

 1 jaar

parvo/weil/hondenziekte/hepatitis/parainfluenza

 2 jaar

weil

 3 jaar

weil

 4 jaar

parvo/weil/hondenziekte/hepatitis/parainfluenza

 5 jaar enz

zie 2e, 3e en 4e jaar

Afhankelijk van voorgeschiedenis en/of vaccinatiestatus van de pup kan hier een variatie op nodig zijn.

 

Eventueel kan er op 16 weken nogmaals de kleine cocktail gegeven worden. Dit wordt soms gedaan bij bijvoorbeeld Rottweilers omdat deze gevoeliger lijken te zijn voor het parvovirus.

Wanneer het gaat om een jachthond waar mee gewerkt wordt (lees: komt veel in aanraking met ongedierte of water), wordt aangeraden om nog een half jaarlijkse vaccinatie te laten plaatsvinden met de ziekte van Weil.  Het is dan aan te raden om 1 van deze vaccinaties vroeg in het voorjaar te laten plaatsvinden.

 

 

Aanvullende vaccins zijn de:

 

Kennelhoestvaccinatie: de injectie of de neusspray?

Elk van deze twee heeft zijn voor- en nadelen. Welke de voorkeur geniet is met name afhankelijk van de medewerkzaamheid van de hond. De neusspray is wat lastiger toe te dienen dan de injectie. De injectie heeft als nadeel dat deze, als hij voor de eerste keer wordt gegegeven, 3 tot 4 weken moet worden ‘geboosterd’ en zowiezo slechts 3 maanden werkt. De neusspray werkt al na een eenmalige toediening een heel jaar, en geeft daarnaast ook een betere bescherming tegen kennelhoest (dat wil zeggen: minder luchtwegklachten bij een uitbraak van kennelhoest dan de injectievaccinatie). Onze voorkeur gaat dan ook uit naar de neusspray. Alleen de honden waarbij het zeer lastig of onmogelijk is om een neusspray toe te dienen kunnen beter met de injectie gevaccineerd worden. De injectie moet dan in verband met de beperkte werkzaamheid wel maximaal 3 maanden voor de laatste dag van het pensionbezoek gegeven worden. Bij de neusspray is het het meest praktisch om die enting tegelijk te geven met de standaard jaarlijkse vaccinatie. Zo hoeft de hond maar 1x per jaar te komen voor het vaccineren.

 

 

hondsdolheids vaccinatie:

Deze vaccinatie is aan te raden voor honden waarmee gejaagd wordt en honden die regelmatig in de grensgebieden met Duitsland en Belgie komen. Daarnaast is deze vaccinatie verplicht wanneer uw hond naar het buitenland gaat. Voor de meeste EU landen geldt dat de vaccinatie minimaal 21 dagen oud moet zijn en maximaal 3 jaar. Ook dient het dier dan gechipt te zijn en in het bezit te zijn van het Europees Dierenpaspoort. Er zijn echter specifieke afwijkingen in eisen mogelijk waardoor het verstandig is om u van te voren te laten inlichten. Zo zijn er landen waar een legalisatie van het rabiesformulier door de VWA (de voedsel- en warenautoriteit, vroeger de RVV) nodig is.  Ook zijn er landen waar een rabiestiter bepaling nodig is. Vaak is er in dit laatste geval ook sprake van een tijdslimiet.

Omdat het blijkt dat de dieren na een éénmalige vaccinatie met enige regelmaat niet de door sommige landen gewenste titer bereiken, is het zeer verstandig om de rabies enting in dit geval na 4 weken te herhalen. Hiermee wordt de kans aanzienlijk vergroot dat de titer bij de bloedafname hoog genoeg is.

Kortom: voordat uw hond op reis gaat, kunt u het beste de laatste informatie opvragen bij de desbetreffende ambassade van het land waar naartoe gereisd wordt (en de landen waar eventueel doorheen gereisd wordt!). Zie de pagina met de links om bij de websites van de betreffende ambassades te komen. Ook onze assistentes kunnen u informatie hierover geven.

Soms wordt nog wel eens vergeten dat deze vaccinatie niet alleen gegeven wordt omdat u uw huisdier mee over de grens wilt nemen, maar dat hij met name gegeven wordt om uw huisdier te beschermen tegen een ziekte die niet meer te genezen is indien uw huisdier hem oploopt (daarnaast is hondsdolheid ook voor mensen een levensgevaarlijke ziekte, die via een beet van een besmette hond kan worden opgelopen…).

 

de herpes vaccinatie:

Deze is met name bedoeld voor honden waarmee gefokt wordt. Dit om eventuele problemen met

herpes te voorkomen of te ondervangen als dit virus in de kennel aanwezig is.

 

 

entingen Ontwormen castratie/sterilisatie

 

 

 

 

 

 

Ontwormen:

 

Pups dienen op 2,4,6 en 8 weken leeftijd ontwormd te worden. Hierna elke maand ontwormen tot ze een half jaar oud zijn. Daarna minimaal 4x per jaar ontwormen.

Indien er na ontworming wormen gezien worden (bijvoorbeeld in de ontlasting), of de ontworming plaatsvindt omdat er wormen gezien zijn dan moet de ontworming 2,5-3 weken na de eerste wormkuur herhaald worden.

 

Er kunnen allerlei wormen bij de hond voorkomen. De meest belangrijke zijn de spoelworm (Toxocara canis) en de lintworm (Dipilidium caninum). Bij het kiezen van een goede ontworming moet in ieder geval op deze twee soorten gelet worden.

Spoelwormen worden met het blote oog zelden in de ontlasting gevonden, dit omdat zij het liefst in het lichaam van de gastheer blijven. De lintworm daarentegen wil graag stukjes met eieren naar buiten brengen en deze kunnen actief uit de anus kruipen. Dit zijn de welbekende ‘rijstekorrels’.

 

De reden dat een pup al op 2 weken leeftijd ontwormd dient te worden, in tegenstelling tot een kitten, is omdat de placenta bij de hond anders is. Bij de hond kunnen de spoelwormlarven via de placenta de pups infecteren, bij de kat kan dit niet. Een pup is dus vroeger geinfecteerd dan een kitten. Daarnaast worden spoelwormlarven ook via de moedermelk aan de jongen doorgegeven. Door deze twee manieren van overbrengen is vrijwel 100 % van alle pups besmet met spoelwormen.

Omdat de wormlarve in een vroeg stadium een trektocht maakt door het lichaam, is het van belang  in het jonge leventje van het dier te ontwormen volgens het bovenstaande schema. Er valt niet te voorkomen dat een pup besmet raakt, maar wat er met name bereikt wordt met het ontwormen is dat de uitscheiding van wormen en wormeieren beperkt wordt. Tevens wordt de schade die de wormen tijdens de trektocht door het lichaam veroorzaken beperkt door regelmatig te ontwormen.

Het hele milieu is besmet met spoelwormen (denk aan de grond in de tuin, langs de openbare weg of in de plantenbak). Dit samen met het gegeven dat de huid van spoelwormen bij kan dragen aan de klachten van  CARA-patienten zorgt ervoor dat het nodig is om de dieren het hele leven door te blijven ontwormen.

 

De lintworm wordt overgebracht door de vlo, dus behalve ontworming is, bij een geconstateerde lintwormbesmetting, ook een goede vlooienbehandeling van dier en omgeving van belang.

 

Noot: Bij het kiezen van de ontworming die u wilt gebruiken dient ook gelet te worden met welk type middel u ontvlooit. Dit omdat sommige middelen niet gecombineerd mogen worden.

Tevens is het zaak om rekening te houden met het ras van uw hond. Niet elk ras verdraagt elk wormen- en vlooienmiddel.

 

 

entingen Ontwormen castratie/sterilisatie

 

 

 

 

 

 

Sterilisatie en castratie

 

De afweging een hond te laten castreren kan soms behoorlijk lastig zijn. Bij de teef spreken we trouwens van sterilisatie maar eigenlijk is het ook een castratie aangezien de eierstokken (zo nodig inclusief de baarmoeder) verwijderd worden.

Voor het wel of niet laten castreren c.q. steriliseren kunnen allerlei redenen genoemd worden. Een aantal zullen hier de revue passeren. Het is altijd mogelijk om hierover verder te overleggen tijdens een afspraak.

 

Bij de reu:

Hier gaat het om de keuze wel of niet laten castreren.

 

Een aantal nadelen van castratie kunnen zijn:

1.     Het risico van de anesthesie en de chirurgie (ook al worden de risico's met allerlei middelen zo laag mogelijk gehouden, er is altijd een risico. Vergelijk het maar met wanneer  u zelf onder narcose gaat, ook hierbij is een risico aanwezig).

2.     Het is onomkeerbaar.

3.     Voor sommige eigenaren is het cosmetisch aspect een nadeel.

4.     Gecastreerde reuen kunnen meer aanleg krijgen om dik te worden.

5.     In zeldzame gevallen is er een verandering van de vachtstructuur beschreven.

 

Een aantal voordelen van castratie kunnen zijn:

1.     Er is geen vruchtbare dekking meer mogelijk (behalve een korte periode aansluitend aan castratie)

2.     Het weglopen vanwege loopse teven stopt of wordt minder.

3.     Het merendeel van de voorhuid ontstekingen wordt minder.

4.     De hormoon gerelateerde vergroting van de prostaat kan niet meer optreden.

5.     Doordat de stofwisseling verandert kan een gecastreerde reu met minder voer uit. Indien u dit in de gaten houdt en de hoeveelheid voer adequaat vermindert hoeft de reu dus niet dik te worden.

 

De castratie kan uitgevoerd worden vanaf 6 maanden leeftijd (in uitzonderings gevallen eerder) maar omdat er geen duidelijk klinisch voordeel is om de reu op jonge leeftijd te castreren is de keuze wanneer te doen met name afhankelijk van uw eigen voorkeur.

 

 

Bij de teef:

Hier gaat het niet alleen om de keuze wel of niet laten steriliseren maar ook op welke leeftijd.

 

Een aantal nadelen van sterilisatie kunnen zijn:

1.     Het risico van anesthesie en chirurgie, zie bij de reu. Bij chirurgie vindt altijd weefselschade plaats, hetgeen tijd nodig heeft om te herstellen. De ingreep bij de teef is een duidelijk grotere operatie dan die bij de reu! Bij een niet-afwijkende baarmoeder heeft het de voorkeur om alleen de eierstokken te verwijderen, dit geeft dan minder weefsel schade, kortere operatie duur en minder risico's dan wanneer zowel baarmoeder als eierstokken worden verwijderd.

2.     Onomkeerbaarheid

3.     Het risico op urine-incontinentie. Het risico is niet enorm groot, maar het is er wel. Het risico is ook afhankelijk van het formaat hond, het ras en (mogelijk, maar niet bewezen) het wel of niet gecoupeerd zijn van de staart. Verder is de grootte van het risico ook afhankelijk van het aantal keren dat de teef voor de sterilisatie loops is geweest. Behalve dat grote hondenrassen meer risico lopen (> 20 kg volwassen gewicht), lopen de rassen die van oudsher een gecoupeerde staart hebben nog weer wat meer risico. De Rottweiler, Bouvier en Bobtail hebben een kans van 5-10% op incontinentie. De Boxer en Doberman hebben een kans van 10-15% op incontinentie. Andere risico rassen zijn: Ierse setter, Leonberger, Weimaraner, Riezenschnauzer maar ook de dwergpoedel. Overigens treedt deze incontinentie vaak pas een paar jaar na de sterilisatie op. In het algemeen kan deze incontinentie met medicijnen goed behandeld worden.

4.    Verandering van de vachtstructuur wordt soms gezien na sterilisatie.

5.    Vaak wordt een toename van het lichaamsgewicht gezien. Dit is echter geheel te voorkomen door de hond regelmatig te wegen en zo nodig minder voer te geven.

 

Natuurlijk zijn er ook voordelen van de sterilisatie, anders zouden we ze al lang niet meer uitvoeren:

1.     Effectief na één behandeling.

2.     Geen risico op ongewenste dracht en geen loopsheid meer.

3.     Indien jong uitgevoerd (zie hieronder) verlaagt het het risico op melkkliertumoren.

4.     Baarmoeder ontsteking is nauwelijks meer mogelijk.

 

Foto 1 en 2: Hierop ziet u een baarmoeder die gevuld is met pus. Een normale baarmoeder zou bijna net zo dun moeten zijn als het potlood wat erbij ligt.

5.     Minder risico op de ontwikkeling van suikerziekte.

 

Een nadeel bij een niet-gesteriliseerde teef is dat als zij op een gegeven moment een baarmoederontsteking of suikerziekte (bij de teef vaak door de loopsheids-hormonen) ontwikkelt, ze alsnog -met spoed- gesteriliseerd moet worden. Vanwege de slechtere lichamelijke gesteldheid (vaak een wat oudere hond, en door de aandoening vaak flink ziek) zal het risico van de operatie op zo’n moment aanzienlijk groter zijn dan bij een ‘gewone’, preventieve sterilisatie.

 

 

Indien u de hond niet loops wilt laten worden, maar niet wilt laten steriliseren dan is het alternatief de prikpil. Afhankelijk van welk middel gebruikt wordt zal het interval tussen de injecties groter of kleiner zijn. Ook zal afhankelijk van het gebruikte middel het risico op bijwerkingen groter of kleiner zijn.

 

De voordelen van antiloopsheidsinjecties zijn:

1.    Meestal geen loopsheid meer.

2.    Meestal is het omkeerbaar.

3.    Geen narcose of operatie.

4.    Geen grote financiele uitgave in 1 keer.

 

De nadelen zijn:

1.    Het is een pijnlijke injectie.

2.    Soms kan het zijn dat er na 1 injectie geen loopsheid meer optreedt. Dit is een groot nadeel indien u met  de teef op termijn nog een nestje had gewild…

3.    Soms kan er een kale plek ontstaan op de plaats van injectie.

4.    Soms kan een hond ‘er doorheen breken’ waardoor ze toch loops en vruchtbaar kan zijn.

5.   Door het blootstellen aan de hormonen in deze injecties is er alsnog het risico op baarmoederontsteking, suikerziekte en de ontwikkeling van melkkliertumoren dat ook teven hebben die gewoon loops worden.

6.   Via een hormonale omweg kan er in zeldzame gevallen ook een overmatige groei van weefsel en/of botdelen plaatsinden (deze aandoening wordt acromegalie genoemd)

 

 

Indien u besloten heeft om uw hond te laten steriliseren, dan komt de volgende vraag naar voren:

Wanneer moet de hond dan gesteriliseerd gaan worden?

De meningen binnen en buiten Nederland zijn hierover verdeeld. Op sommige plaatsen in de wereld wordt het al bij hele jonge dieren uitgevoerd. Wij kiezen ervoor om het iets later te doen in verband met de narcose. Vanaf 6 maanden leeftijd voeren we de sterilisatie uit (bij een medische indicatie kan er van deze ondergrens worden afgeweken).

Het blijft een afweging van voordelen en nadelen/risico’s.

Het voordeel van het niet meer kunnen optreden van baarmoederontsteking en het veel kleinere risico op de ontwikkeling van suikerziekte is zowiezo aanwezig. De afweging zit met name in het risico op urine-incontinentie en de ontwikkeling van melkkliertumoren (sterilisatie voor de eerste loopsheid voorkomt bij 99,3% van de teven de ontwikkeling van mammatumoren,  bij 92% indien de sterilisatie na de eerste loopsheid heeft plaatsgevonden, 26% na de tweede en na de vierde heeft het in dit opzicht geen voordeel meer). Overigens het het wel zo dat bij een sterilisatie na de 4e loopsheid en nog steeds een reductie is van de kans op het ontstaan van goedaardige melkkliertumoren. Om het risico op urine-incontinentie ook zo laag mogelijk te houden hanteren we in grote lijnen het volgende advies:

 

In principe kan er het beste gesteriliseerd worden tussen de 1e en 2e loopsheid. Dit is echter een algemene regel, er zijn variaties op dit advies mogelijk. Deze variaties hebben te maken met het ras, de grootte en de huiselijke situatie. Mocht u vragen hebben omtrent de specifieke situatie voor uw hond, dan kunt u dit natuurlijk altijd voorleggen op ons telefonische spreekuur.

 

Het bovenstaande, algemene advies betekent dus dat de meeste honden het beste 4 maanden na het begin (of 3 maanden na het einde) van de eerste loopsheid gesteriliseerd kunnen worden.

 

De 3 maanden wachttijd na de loopsheid wordt gehanteerd omdat na 3 maanden het risico op schijndracht aansluitend aan de operatie minder is en omdat de bloedvaten van de baarmoeder en eierstokken tijdens de operatie minder groot zijn en het weefsel minder broos (en daardoor de risico's van de operatie dus ook kleiner zijn).

 

 

entingen Ontwormen castratie/sterilisatie

 

 

 

Mochten er nog vragen of onduidelijkheden zijn dan kunt u contact met ons opnemen.

 

 

 

 

 

 

 

web ontwerp en onderhoud door

webdesign & maintenance by