Oogstmijt, ook wel herfstmijt
Oogstmijt, ook wel herfstmijt genoemd (Neotrombicula, ondersoort Trombicula autumnalis)
Algemeen
Oogstmijt is een parasiet die je niet overal in Nederland aantreft. Deze mijt komt vooral voor op klei en lössgrond, maar ook op heidevelden en in struikgewas. Besmetting met oogstmijt is een typisch seizoensgebonden aandoening van de late zomer en de herfst (juli tot en met september).
Het zijn kleine mijten, rond de 0,2 mm lang wanneer ze niet gevoed zijn en 0,4 tot 0,5 mm na voeden.


De gehele levenscyclus van de mijt duurt zo’n 20 tot 50 dagen. Alleen het larvale stadium, met 3 paar poten, is parasitair op zoogdieren. De larvae zijn felrood als ze niet gevoed zijn, en geel of oranje na het voeden. Ze zijn niet gastheerspecifiek en zuigen weefselvocht bij honden, katten, vogels, mensen enz.
In de zomer klimmen de larven omhoog in de vegetatie en zitten dan vaak op een kluitje bij elkaar. Bij contact met een gastheer worden ze actief en zoeken ze zo snel mogelijk de huid. Hier zitten ze dan ook vaak in groepjes bij elkaar. Ze blijven meestal 4 tot 5 dagen zitten.
Verschijnselen
Matig tot veel jeuk, roodheid en het ontstaan van wat bultjes op plekken waar de huid dun is en licht gepigmenteerd. Daarbij kunnen er ook vochtige plekken en korstjes ontstaan. Als de gelige korst wordt losgemaakt, kunnen daar mijten onder aangetroffen worden. Bij honden zitten ze vaak tussen de tenen en kunnen dan zorgen voor een huidontsteking tussen de tenen. Bij de kat zitten ze regelmatig rondom de anus. Ze kunnen bij beide echter ook aangetroffen worden op de oorpunten, de kop en de flanken.
De jeuk kan erger worden wanneer er een allergie optreedt. Dit kan zelfs nog dagen tot weken doorgaan nadat de mijten weg zijn.
Bij zeer ernstige infecties kunnen er zelfs zenuwverschijnselen optreden zoals verlammingen van extremiteiten.
Diagnose
Omdat de larven maar 3-15 dagen op de gastheer blijven, zullen ze niet altijd gevonden worden. Soms zijn ze pas te zien na huid afkrabsels, maar als je ze aantreft dan is de diagnose zeker.
Behandeling
De mijten die zichtbaar zijn moeten verwijderd worden en het dier moet met een adequaat middel tegen mijten behandeld worden. Daarnaast is het van belang om de jeuk en ontsteking bestrijden. Soms is zelfs een antibacteriële behandeling nodig.
Prognose
De prognose is gunstig, omdat besmetting niet het hele jaar optreedt.
Preventie
Preventie is lastig omdat het niet altijd mogelijk is om besmette gebieden te vermijden. Het is wel mogelijk om producten te gebruiken ie afwerend werken tegen de mijten. Helaas werken die niet altijd even goed.
Zoönose
Ook mensen kunnen last hebben van jeuk door deze mijten.