Psittacine beak and feather disease (papegaai)
Algemeen
Psittacine beak and feather disease (PBFD) wordt ook wel Bek- en veerrotziekte genoemd en wordt veroorzaakt door een circovirus. PBFD is een aandoening die voornamelijk bij jonge papegaaien problemen geeft. De dieren worden al in de eerste paar levensweken besmet door verenstof of ontlasting. Er bestaan ook zogenaamde dragers. Deze dieren dragen het virus wel bij zich en kunnen daarmee andere dieren besmetten, maar zijn zelf niet ziek. Er bestaat een acute vorm en een chronische vorm. Het virus komt het meest voor bij vogels onder een leeftijd van 3 jaar.
Symptomen
Symptomen acute vorm
De acute vorm treft vaak jonge dieren. Ze worden ziek, voordat je iets ziet aan het verenkleed. Ze kunnen bol gaan zitten, minder goed eten, groene diarree hebben, bloedarmoede hebben, soms braken ze en sterven snel.
Symptomen chronische vorm
Bij de chronische vorm kunnen veerafwijkingen opvallen, doordat het virus snelgroeiende cellen aanpakt. Vogels kunnen tijdens de rui steeds kaler worden, doordat zich een afwijkend verenkleed ontwikkeld. Dit kan tot uiting komen in bijvoorbeeld afwijkende veerschachten (middenlijn van de veer), bloed in de pennen of stresslijnen op de veren. Behalve de veren wordt ook het hoorn van de bek aangetast en door PBFD kan het afweersysteem verzwakken. Oudere dieren kunnen ook ziek worden, maar daar zijn de verschijnselen in het algemeen milder, zoals verlies van poederdons en verandering van veerkleuren. De poten kunnen verdikt raken en het mondslijmvlies kan ontsteken of afsterven. Afname in gewicht komt vaak voor. Door een afname in weerstand zijn de dieren vatbaarder voor andere infecties en kunnen hiervan ook allerlei andere verschijnselen erbij krijgen van andere ziekten.
Diagnostiek
PBFD kan onderzocht worden door middel van bloedonderzoek, soms in combinatie met verenonderzoek en een cloacaswab. Bij een positieve uitslag (een dier heeft de ziekte), maar geen verschijnselen is het dier drager. Het advies is om positief geteste dieren na 2 – 3 maanden opnieuw te testen om te zien of ze echt drager zijn. Ze blijven dan levenslang uitscheider.
Therapie
Er bestaat helaas geen medicijn tegen dit virus, jonge aangedane dieren sterven uiteindelijk. De oudere dieren kunnen langer overleven, gemiddeld ongeveer 5 – 12 maanden, maar er zijn ook gevallen bekend van een paar jaar. Ondersteunende therapie is aanbevolen en behandeling tegen secundaire ziekten en optimaliseren van de weerstand door goede voeding en het beperken van stress zijn erg belangrijk.
Prognose
De prognose is helaas niet goed. Veel dieren komen te overlijden door het virus. Als de ondersteunende therapie aanslaat, kan een papegaai langere tijd overleven. Wel zal je de papegaai apart moeten zetten van de andere vogels en goede hygiënemaatregelen moeten nemen.
Preventie
Advies is goede hygiëne toe te passen en bij het overlijden van een vogel aan deze ziekte niet te snel een nieuwe vogel aan te schaffen. Het virus komt voor in veerstof en dit kan nog 1 ½ jaar lang in de ruimte aanwezig zijn. Als er meerdere vogels in huis zijn is het erg belangrijk om de besmette vogels apart van de groep te houden. Ook kan de ziekte via de kleding, handen en materialen van verzorgers naar andere vogels worden overgebracht. Bij nieuwe aankoop is het testen erg belangrijk om ziekte insleep te voorkomen. Er zijn meer ziekten waar we voor kunnen testen.